Observeren

ObserverenObserveren. Erin slagen te begrijpen dat wat iemand anders overkomen is, ook ons op een zekere dag kan gebeuren, is zeldzaam. Meestal wordt er niet echt begripvol mee omgegaan, het vellen van een oordeel is een bijna automatische reactie.

En vanuit het niet snappen van wat er overal om ons heen gebeurt, ontstaat een soort blindheid. En in zekere zin zijn we allemaal blind, zien we enkel wat in ons straatje gebeurt.

Door meer te gaan observeren, welt meer begrip op, waardoor de automatische oordeelsreactie vermindert. Observeren kan een manier van leven worden, niet alleen wat ons persoonlijk betreft, maar ook alles wat zich in de buitenwereld en bij vrienden, familie, kennissen voordoet. Hebben we niet ergens geleerd overal commentaar op te geven? Want dat wordt als ‘normaal’ geacht.

Even terugkijkend hierop werden kinderen vroeger de mond gesnoerd als ze niet-gewenst commentaar gaven. Dat is voor ‘later’. Later ‘moet’ je commentaar geven, doe je het niet dan ben je asociaal, onwetend en dom. Ironisch, niet?

Een ding werd ons niet meegegeven: waarnemen. In enkele opleidingen wordt dit dan weer een ‘vak’, maar is datgene wat we dan waarnemen werkelijk datgene wat we werkelijk zien? Hoe gekleurd is die waarneming door het ondertussen vervormde geconditioneerde brein geworden? Vertolken we dan werkelijk wat we zien of wat we denken te zien en trekken we de conclusie dat onze waarneming ‘zuiver’ is?

In zuiver waarnemen zit ook onzuiver waarnemen; in het verklanken van wat er wordt waargenomen zit precies het oordeel en de vervorming. Taal is wat we hebben geleerd en taal is onderhevig aan vele vervormingen en afleidingen.

Door het bij observeren te houden (bewust) ontstaat er een innerlijk zoeken, komen er vragen op, en dit doet op zijn beurt een dorst in je ontstaan naar een diepere waarheid.

Maar wie heeft werkelijk de behoefte om die diepere innerlijke waarheid te kennen, wie stelt werkelijk wezenlijke vragen naar de werkelijke wezenheid in onszelf en onze medemens?

Wie heeft werkelijk begrepen dat we allen met een soort van blindheid naar elkaar staren en denken te weten waar de blindheid van de ander zich aan ons laat zien, terwijl we eigenlijk in diezelfde blindheid worden aangestaard? We staren ons blind naar elkaar en ‘weten’ niets.

We zien slechts de buitenkant, want dat is ook weer wat we hebben geleerd.
Dorstig als we zijn naar informatie, naar kennis die ons ingelepeld werd en die we niet eens onderzocht hebben naar wat kloppend is, nemen we niet waar en is het tonen van begrip gestoeld op oordelen. Oordelen die niet eens van onszelf komen, maar van geïndoctrineerde waarheden.

Misschien zijn het allemaal wegwijzers om alle kunstmatige, afleidende, aangeleerde concepten los te laten. Wat het hart waarneemt en voelt, klopt altijd.